Prettige kerstdagen iedereen

Ik ben ondertussen in Griekenland aangekomen. De wegen zijn een beetje beter dan in Albanië, maar niet veel, en drukker. Het weer zit wel mee, overdag zon en rond de twintig graden. Veel mooie zandstranden die verlaten zijn. Het water is redelijk warm, maar net te koud. Toch heb ik een duik genomen omdat ik al een week geen douche heb gezien.

Ik kampeer nu meestal omdat het budget vriendelijker is. Dus de updates gaan wat trager. Ik ben nu onderweg naar Athene om daar een ferry te zoeken over de Griekse eilanden naar Turkije.

Fietser kwijtgeraakt

Montenegro binnen gereden via prevlaka, het was open. Een veel betere route met de fiets dan de hoofdweg. Als eerste richting de baai van Kotor. Hier ben ik eerder geweest maar toen ben ik alleen in Kotor e.o. geweest. Nu ben ik de hele baai, eigenlijk een fjord, rond gegaan. Waarschijnlijk de enige vlakke weg in Montenegro.

Ik blijf de kust volgen want dat is aanzienlijk warmer dan in het binnenland. Dus de volgende bezienswaardigheid word Budva wat bekend staat om zijn mooie stranden. De stranden waren wel de mooiste die ik langs de Adriatische kust heb gezien maar echt heel mooi nou ook weer niet. Misschien is het omdat het buiten het seizoen is of dat ik niet echt een strandliefhebber ben.

Op de route langs de kust kom ik nog een fietsreiziger tegen, Zenda Kwok uit Hong Kong. Altijd leuk om een collega tegen te komen. Hij is vrij idealistisch en sponsort unicef met zijn "Ride against climate change". Vanuit Wales is hij vier maanden geleden vertrokken en is al door bijna alle europese landen gegaan. Vanaf Turkije gaat hij door alle stan landen naar China en dan nog Japan om dan in Hong Kong te eindigen. Vanwege unicef wil hij van minder dan twee euro per dag leven, wat hem tot nu toe gelukt is. knap in het dure europa. Tefal heeft hem gesponsord met een 13-delige pannenset! Hij heeft maar twee dingen meegenomen, een fluitketel (??) en een grote sauspan waarvan de glazen deksel alleen al meer weegt dan mijn hele kookset. Zijn hele uitrustng is trouwens gigantisch vanwege de winter.

Samen zijn we die dag doorgefietst en hebben we overnacht in een verlaten gebouw langs de weg. Hij doet dat vrij vaak want je hoeft dan geen tent op te zetten. Wel zo makkelijk.
Omdat ik wat sneller klim dan Zenda ben ik een stuk verder dan hem, maar dan wacht ik even en fietsen we samen verder tot de volgende klim. Waarschijnlijk ben ik veel sneller geweest dan hem, want ik zag hem niet meer na wachten. Ik ben toch langzaam verder gegaan om hem later tegen te komen omdat we dezelfde route volgen. Bij Shkodra in Albanie splitst onze route en hier heb ik nog tot zonsondergang op hem gewacht. Helaas heb ik hem niet meer gezien. Ik hoop dat het goed met hem gaat.

Bij het wachten langs de weg in Albanie stoppen er regelmatig Albanezen en geven me fruit. Praten kunnen we niet want de taal lijkt op niets wat ik ken. Het fruit heb ik ook nog nooit gezien, het lijkt op een granaatappel maar dan anders. Het is zoet en sappig, lekker.
Aan het al het afval langs de weg merk je wel dat je in een arm land bent. Het is hier wel heel goedkoop. Albanie is wel heel mooi als je de bergen in gaat, maar de wegen zijn zo slecht en waarschijnlijk koud dat ik besloten heb om over de redelijk begaanbare hoofdwegen snel naar de Griekse grens bij Sarande te gaan. De wegen zijn druk, de vrachtwagens stinken en het uitzicht is lelijk maar ik schiet wel op. Over een dag of vier ben ik waarschijnlijk in Griekenland.

Het einde van Kroatie

Met regen ben ik in Kroatië aangekomen. De volgende dag echter was het prachtig weer, stralend blauwe hemel en tegen de twintig graden. Dit was wel wat warm met vijf lagen kleding aan. Vroeg in de middag vond ik een klein schiereilandje met een kiezelstrand. Hier heb ik m'n tent opgezet en ben in de zon gaan zitten. De volgende dag was ook een zonnige dag. Echter was er een verschrikkelijke wind opgestoken, tot orkaankracht toe hoorde ik later. Dit is veel te gevaarlijk om te fietsen met bagage. De Jadranska magistrala, de kustweg langs de Kroatische kust, heeft op veel plaatsen geen vangrail. Als je naast de weg komt stuiter je eerst een paar keer op de rotsen om dan in zee te vallen. Gelukkig heb ik water genoeg om nog een dag op "mijn" schiereilandje te blijven.

De volgende dag was de storm weg, maar het mooie weer ook. De wind blijft voor oponthoud zorgen. Ik zit nu in Vodice in een appartement al voor de derde dag vanwege de harde wind. Maar ja het is niet zo gek voor deze tijd van het jaar.

Een paar dagen geleden ben ik wat verder van de kust gegaan. Veel dorpjes hier liggen nog steeds in puin van de oorlog. Wel een groot verschil met de kust.

Dit is wel de reis aan het worden waar alles kapot gaat. Het begon al bij aanvang met de gps en toen de trapas. Nu heb ik ondertussen al een gaatje in m'n luchtmatras moeten reparen, de slaapzak begon te scheuren en na een hachelijke tour over een berg op een geitepaadje zitten er ook een aantal gaatjes in m'n tassen. En nu komen er rare geluiden uit de naaf van het achterwiel. Dit heb ik provisorisch opgelost met wat geleend gereedschap van een garage. Tot nu toe werkt het nog steeds goed. Maar wat is het volgende wat kapot gaat ???

Ondertussen ben ik in Dubrovnik aangekomen wat betekent dat mijn tijd in Kroatie bijna overe is. Het is van hier een paar uur fietsen naar de grens met Montenegro. Ik wil de grens over bij prevlaka, het meest zuidelijke punt van Kroatie. Deze grensovergang was tot verleden jaar dicht maar schijnt nu open te zijn.
In Montenegro wil ik verder de kust volgen en dan naar lake Skadar, wat half van Montenegro is en half van Albanie. Ik had graag de Tara canyon willen zien maar het is waarschijnlijk te koud nu. In Montenegro zijn alleen bergen, dus koud.

Montenegro, Kroatie, Oostenrijk en Duitsland

De route gaat langs de kust omhoog. Helaas is het toeristenseizoen in volle gang en is het overal heel druk. De campings, die er in overvloed zijn, staan stampvol. De kustweg is ook heel druk. Niet vreemd want de kust is heel mooi met de rotsen, baaien en vele eilanden. Het enige wat mist zijn echte zandstranden. Elk dorpje heeft wel een strand van kiezels. De zee is ook lekker. Het is lekker warm en vrij zout, zodat je makkelijk blijft drijven.
Ik wil van de drukke kustweg af en ga naar het eiland Pag en eilandhoppend naar Rijeka in het noorden. Dit blijkt niet zo makkelijk te zijn want er zijn geen reguliere verbindingen tussen de eilanden alleen naar het vasteland. Dus met de ferry weer naar de kust. Vanaf de boot is het meteen steil omhoog naar de weg toe, 250 meter hoger. Dit is hetzelfde geval met de andere eilanden en ga dit dus niet doen, zo interessant zijn ze ook niet.

Over het weer heb ik het nog niet gehad want het is vrij eentonig. Overdag een graad of veertig en 's nachts vijfendertig. Er is nu gelukkig een flinke wind opgestoken die wat verkoeling brengt.
Tot aan Kraljevica volg ik de kust. Hier ga ik weer de bergen in richting slovenië. Zo kan ik me weer richting Nederland fietsen. Hier kom ik een fietser uit Letland tegen. Een echte grammenjager, hij had nog minder dan de helft van mij bij zich. Hij ging dan ook voornamelijk door de bergen. We hebben een tijdje gepraat en zijn toen weer doorgegaan. Hierdoor kwam ik niet in Slovenië. De grens ligt op een pas op 1218 meter dus dat is mooi voor de volgende ochtend.

Nadat ik de pas ben gepasseerd ben ik weer in de EU en het begint te regenen. Niet zo erg na al die hitte. In anderhalve dag fiets ik door Slovenië en fiets ik bij Jezersko Oostenrijk in. Vrij vlot kom ik bij de Drau. Hier schijnen de forellen zo in je emmer te springen!? De Drauradweg volg ik voor twee dagen. Even normaal vlak fietsen. Ik heb een kaart van Oostenrijk gekocht om uit te zoeken wat de beste route naar het noorden is. Het maakt weinig uit, ik zal een paar joekels over moeten. Bij Spittal ga ik richting Salzburg. Ik moet over de Katschberg(1641 m.) en over de Radstädter tauern(1739 m.) bij Obertauern. Het wordt geen hoogterecord voor mij, maar wel een zwaarterecord. De laatste vijf kilometer van de Katschbergpas heeft stijgingspercentages tussen de 15 en 30 %, 10% stijging is voor mij heel zwaar. Ik redde het dan ook niet om in een keer boven te komen. Misschien had ik er niet aan het einde van de dag aan moeten beginnen toen ik er al 80 kilometer op had zitten. Drie kilometer voor de top is een verlaten huis waar een vlak stukje grond achter ligt. Onder de overkapping kan ik wat eten maken, want het regent nog steeds. Het is ondertussen acht uur en besluit hier te overnachten. Hopelijk komt de eigenaar hier niet 's morgens vroeg hout hakken want dat is het enige wat hier nog gebeurt. Ik heb ongestoord geslapen en heb zelfs nog droog ontbeten. Toen ik weer verder ging begon het natuurlijk weer te regenen. Het had haast geen zin om op m'n fiets te stappen, want de afstanden die ik kon fietsen waren zeer kort. Ik veroorzaakte een verkeersopstopping toen een leerling vrachtwagenchauffeur moest afremmen voor mij en toen sloeg z'n motor af. Het is niet makkelijk een vrachtwagen op gang te krijgen op een helling van 20%. Ik ben maar afgestapt en heb gewacht tot alles gepasseerd was.
Zo'n twee uur heb ik er over gedaan om drie kilometer af te leggen. De weg naar beneden is net zo steil en in de regen afdalen is een behoorlijke klus. Nu naar Obertauern wat hier 25 kilometer vandaan is. Dit is ook een zeer zware klim maar dit kon ik helemaal fietsen. Obertauern is een wintersportoord wat in de zomer met regen een trieste plek is. Snel naar beneden waar het hopelijk wat warmer is, het is hier elf graden. Het werd iets warmer maar niet veel, wel een verschil met een paar dagen geleden. Van een Nederlander op de camping in Radstadt hoorde ik dat het slechte weer alleen in dit deel van Oostenrijk was. Dus als ik een beetje doorfiets moet het beter worden, hij had gelijk.

Nu moet ik nog een pas over, pass Lueg, maar die is maar 552 meter hoog en ik ben op 500 meter. Het vreemde is dat ik de hele dag tegen bergen van dik over de 2000 meter aankijk. Ik bekijk m'n kaarten meerdere malen of ik iets gemist heb, maar ik kan niets vinden. Hopelijk kloppen de kaarten want veel zin in nog een megaklim heb ik niet. Wat blijkt pass Lueg is een hele smalle spleet tussen de bergen door. Op het smalste stuk misschien maar 50 meter breed. Wat een geluk, geen hoge klim maar wel een prachtige rit. De Salzach loopt hierdoorheen en die kan ik volgen naar Salzburg.

Vanaf Salzburg is het nog een klein stukje naar Duitsland. Deze route ken ik niet, maar het landschap wel. Heuvel op en af, maïsveld, grasveld, graanveld, heuvel op enz.,enz. In Landshut neem ik de trein en ga naar Würzburg. Een paar kilometer buiten de stad is een camping maar eerst wil ik wat eten. Vlakbij de camping kom ik een restaurant tegen, dacht ik. Buiten zitten wat mensen die zeggen dat er een prive feestje is maar voor een Nederlandse fietser willen ze wel wat proberen te regelen. Er komt een groot bord eten en bier. Daarna nog kaffee und kuchen. De mensen waren geïntresseerd in mijn verhaal maar na een uur of twee wilde ik betalen en doorgaan. Nu kom ik er achter dat dit helemaal geen restaurant is maar een soort buurthuis waar Anja haar 40e verjaardag viert. Ze vinden het leuk dat ik er ben en nadat ik m'n tent had opgezet en omgekleed was ben ik weer terug gegaan. Het werd laat.

In twee dagen ben ik naar Bischofsheim gefietst via de Main en de Saale. Hier merk ik dat ik toch wel moe ben. De teller is dan ook al de 5000 kilometer gepasseerd. Dus een paar dagen rust is geen overbodige luxe.

PS: De meeste fotoos van Kroatië zijn weg. Problemen met m'n nieuwe tablet pc.

Kosovo, Montenegro tot in Kroatië

Vanaf de Komani ferry fiets ik met de Duitse fietser naar Kosovo. Hij gaat naar Pristina en ik naar P?cs waar de grens met Montenegro is. Ik ben niet lang in Kosovo, bij P?sc overnacht ik in een hotel. In het restaurantje waar ik wat eet zijn ze blij om een toerist te zien en dat ik uit Nederland kom die ze gesteund heeft met afscheiding van Servië. De eigenaar en een paar gasten blijven me bier geven en 's morgens krijg ik er ontbijt, zodat ik wel positief over het land blijf. Veel kan ik er niet over zeggen met m'n korte bezoek maar ik heb me er niet onveilig gevoeld en het is er vrij modern. Ze zijn volop bezig met opbouwen. Door het gewijzigde plan had ik geen kaarten van dit gebied. Van de Duitse fietser had ik de route naar P?sc gekregen en naar de grens is 'immer gerade aus' , simpel. Dat er een pas van 1800 meter tussen zat wist ik niet! Samen met het bier van vorige avond kwam ik redelijk gebroken aan in Montenegro en toen ik bij de douane was begon het te stortregenen. De douaniers, Peppi en Kokkie, waren niet de allerslimste maar wel lastig. Ze wilde het kentekenbewijs van m'n fiets!? Ik wees ze op mijn naam die op het frame staat en ze accepteerde dit als kenteken. Ze bleven maar vragen stellen die ik niet begreep. Gelukkig komt er achter mij een echtpaar uit België die op familiebezoek gaat, zij vertalen vlug hun stomme vragen en de gein is eraf voor ze en ik ben weer onderweg. Later begreep ik dat het hier het omgekeerde is van Kosovo. Een groot deel van Montenegro vind dat zij en Kosovo bij Servië horen en Nederland is een van de schuldige dat dit niet zo is. Politiek blijft een heet hangijzer hier. Na meer dan twintig kilometer door een bos gefietst te hebben kom ik in de bewoonde wereld, Rozaje een klein stadje. Hier kan ik een kaart kopen, een hele grove maar beter dan niets. Tot mijn verbazing vind ik even buiten het plaatsje een camping. Een hele kleine, het was meer een soort grote voortuin. Een oude man runde het. Het was ook een restaurant en de lokale kroeg bleek 's avonds. Ik was de enige kampeergast. De man had vers gevangen forellen voor me gegrild, heerlijk. Later kwamen wat mannen uit het dorpje bier drinken en kreeg weer van alles aangeboden. Ze maken hier zelf ham, prsuta geheten, wat ze erbij eten met ingemaakte paprika,ui en gebakken spek met eieren. Later begonnen ze nog allerlei liederen te zingen en daarna stapten ze weer straalbezopen in hun dertig jaar oude golf om naar huis te gaan. Het herrinnerde mij er weer aan om absoluut niet op de weg te gaan 's avonds. Deze Montenegers waren gelukkig niet met politiek bezig tot er een Servisch nationalistische liederen begon te zingen. Ze hebben hem voor mij weggestuurd. Ondanks dat we niet met elkaar konden praten was het een gezellige avond. Snelwegen heb je niet in Montenegro dus de hoofdroutes zijn behoorlijk druk. De wegen zijn wel goed maar smal, fietsen op deze wegen is geen pretje. Het land is zo ruw dat het helaas niet te vermijden is. Ondanks dat een soort Oostenrijk in het kwadraat is is het supermooi. Het zijn bergen, bossen en rivieren en niet zoveel mensen. Onderweg wordt ik soms door mensen uitgenodigd om even uit te rusten bij ze. Wildkamperen wordt hier afgeraden vanwege wolfen en beren, ik overnacht in hotels die hier niet zo duur zijn. Na vier dagen kom ik in Kotor wat een wereld erfgoed is. Het ligt aan een baai (eigenlijk een fjord) wat volgens de boeken een van de mooiste in de wereld is. Ik kom via een niet veel gebruikte route aan wat me na een pittige rit door het nationaal park Durmitor een fantastisch uitzicht over de baai geeft. Ik was op ca.duizend meter en de weg naar Kotor op nul meter ging bijna loodrecht naar beneden via ontelbare haarspeldbochten. Kotor is een heel oud stadje wat zeer bezienswaardig is. Ik heb het maar vluchtig bekeken want ik was nieuwsgierig naar Kroatië. De grens is hier maar een paar kilometer vandaan. Het doel is Molunat, de eerste campings in Kroatië zijn hier. Molunat ligt aan een baai en de camping weer aan baai in de baai, prachtig. Er is een klein kiezelstrandje en de rest zijn rotsen. Het water is heerlijk en op de camping heb ik een mooi schaduwplekje, ik blijf hier wel een paar dagen.

Albanië en verder

De weg naar Komani gaat door vrij ruig gebergte over een weg die verschrikkelijk slecht is. Dit was tot een jaar geleden de enige weg naar dit deel van Albanië, er is nu een nieuwe weg die om het gebergte heen gaat. Hierdoor gaat de autoferry ook niet meer en is het een vijftig kilometer lange doodlopende weg geworden. Dit is voor mij prima, zo kan ik rustig door dit gebied heen ploeteren. Aan het eind van deze weg zit een restaurantje waar je ook je tent neer kan zetten. Gelukkig maar want ik doe er zes uur over om deze weg over te komen. De ferry vertrekt eenmaal per dag om negen uur 's morgens en dat is niet te doen met de fiets op een dag. De hele dag ben ik vrijwel alleen maar eenmaal bij het restaurantje gekomen zijn daar toch nog drie andere fietsers, een Duitser en een stel uit Tsjechië. Er zijn ook wat mensen met de auto ondanks dat je niet meer met de auto het meer kan oversteken, de weg hier naar toe is ook al een avontuur. Het Komani meer is een afgedamde canyon waardoor het meer op een brede rivier lijkt. Om er te komen vanaf de camping moet er nog twee kilometer geklommen worden met de ondertussen bekende onmenselijke Albaneze stijgingspercentages. De laatse halve kilometer is een tunnel met twee lampjes. Hier moesten we deels op de tast doorheen. De tunnel eindigt op een plak beton waar de boot kan aanleggen. De rest zijn de steile wanden van de bergen en de dam. Een loopplank of iets anders om makelijk de boot op te kunnen is er niet, de schipper probbert de boot tegen de kant te houden en een paar helpers tillen alles er op en af. De boot is eigenlijk een bus die op een romp gelast is, zelfs het roer is het busstuur. Doordat er zoveel op de boot staat is de bewegingsruimte zeer beperkt. Maar dit is niet zo erg want het is een adembenemende overtocht. Je vaart twee en een half uur door een berglandschap met soms hele nauwe kloven. Vreemd genoeg wonen hier toch mensen. Ze hebben huisjes gebouwd tegen de berghelling op en verbouwen wat op kleine vlakkere stukjes land. Hun enige vervoer is deze boot. In Fierze,het eindpunt, is het uitstappen al net zo hectisch als het opstappen. De oude autoferry die hier weg loopt te roesten wordt als kade gebruikt. Het gebied waar ik in zit wordt de Albaneze alpen genoemd. Ik moet hier verder doorheen om naar de Valbona vallei te gaan waar de weg ook ophoudt. Het gebied is erg ruig en de wegen nog steeds slecht en besluit daarom af te buigen naar Kosovo wat maar dertig kilometer van de ferry is. Via Kosovo kan ik naar Montenegro richting de kust gaan en dan naar Kroatië. Het Albaniërondje is nu wel wat kort geworden, maar ik heb er toch aardig wat van gezien. Het is een mooi maar arm land met veel ongerepte natuur waar dan weer afval doorheen waait. De Albanezen zijn wel zeer vriendelijke mensen.

Eerste dagen in Albanie

In Bari heb ik een ticket gekocht voor de ferry naar Durres. Deze vertrekt 's avonds om elf uur en komt 's morgens om een uur of acht aan. Ik had een hut zodat de overtocht slapend verloopt. Prima want 's nachts zie je toch niets op zee. De reis verloopt verder zonder problemen. Durres is een beetje het Benidorm van de Balkan en dus druk en chaotisch aan de kust. Waarom mensen hier komen voor een strandvakantie is me een raadsel, want het hele kleine strand ligt onder een dertig cm dikke laag afval en zeewier. De rest is rotsen. Het strand trekt me zowiezo niet maar ik blijf hier toch twee dagen in een hotel uit m'n reisgids. Zo kan ik een beetje aclimatiseren. Aan de Adriatische kust in Italie zitten bij elk stoplicht bedelaars, hier heb ik ze enkel bij de ferry gezien. Het huisvuil ligt hier wel overal net als in zuid Italie en het is net zo warm, veel is er dus niet verandert. Wat wel zo prettig is dat veel Albanezen engels spreken. In een dag kom ik er meer tegen dan in drie weken Italie. Er is hier deels uitgegraven amfitheater uit de tweede eeuw. Het is de grootste van de Balkan, ongeveer een derde van het coloseum in rome. Ik heb dit bezocht en zag nu waarom niet alles is uitgegraven, er loopt een straat overheen en midden in de arena staan ook een paar huizen. Toch was het wel interessant, ik was ook de enige bezoeker en had het hele terrein voor mezelf. Veel meer heb ik niet gedaan, het is erg warm en m'n kamer heeft airco. Na twee dagen ben ik richting het noorden vertrokken. Ik wil naar de Konami ferry wat volgens de reisgids een zeer spectaculaire boottrip van een uur of drie is. Ondertussen ben ik op camping Albania wat door nederlanders wordt gerund en sta op een mooi vlak tentveldje. Als ik klaar ben met dit stukje vertrek ik naar Konami om morgen met de boot tegaan.

Abruzzen

Na vijf dagen op camping Tiber te zijn geweest wordt het tijd voor de Abruzzen. Tot nu toe heb ik een voorgebakken route gevolgd, maar nu moet ik zelf weer gaan nadenken. Wat ook wel nodig is want het wordt bergachtig en er zijn niet veel campings.
Vlakbij de camping blijkt een fietspad te beginnen wat helemaal langs de Tiber de stad in gaat. Prima om mee te beginnen, want ik zal eerst Rome doormoeten om op de juiste weg te komen. Ondanks de gps is het nog een hele toer om door de stad te komen en de via Tiburtina te vinden. Deze weg gaat vanaf Rome naar Tivoli en dan de Abruzzen in. Het is helaas een hoofdroute volgens m'n kaart en zal dus wel druk zijn. Totaan Tivoli is het inderdaad heel druk maar ook vlak en met een flink tempo leg ik de 35 km naar Tivoli af. Tivoli ligt op de eerste helling die je tegenkomt en de weg stijgt dan ook ca. 200 meter. Tijdens de klim werdt het me voor het eerst teveel. Als ik niet gestopt was zou ik denk ik van m'n fiets zijn gevallen. Het was niet te steil, 6 tot 8%, maar het was op het heetst van de dag en ik had ondertussen al 50 km in hoog tempo zonder pauzes afgelegd. Gelukkig vond ik een heel klein beetje schaduw langs de weg en ben in m'n tassen gaan zoeken naar alles met suiker erin. Dit waren helaas maar enkele snoepjes, maar samen met het water wat veertig graden was en het zitten in de schaduw kwam ik wel weer genoeg bij om in Tivoli te komen.

Ik weet niet precies waar de Abruzzen beginnen, maar vanaf Tivoli begint het gebergte. Het verkeer op de via Tiburtina wordt hier een heel stuk rustiger. Het is ook een mooie route wat het fietsen een stuk aangenamer maakt. De eerste camping bleek echter tever te zijn en heb voor het eerst deze reis in een hotelbed geslapen.
In Avezzano kom ik langs een groot winkelcentrum met een mediamarkt. Hier heb ik maar een klein tablet computertje gekocht. Wifi is overal beschikbaar maar zonder computer is het lastig internetten. Ondanks de lange stop in het winkelcentrum leg ik toch een behoorlijke afstand af om in Scanno aan te komen.

Het gebied hier is werkelijk prachtig en verbaas me er over dat het zo rustig is. De bergen zijn behoorlijk hoog, ik moet soms passen van 1600 meter over, maar het is niet absurd steil. Ik ben nu op camping Genizia in Barrea wat aan het Lago di Barrea ligt en omgeven is met bergen. De eigenaar, Pasetta is zijn bijnaam en hij lijkt op Douwe dabbert, is een bergbeklimmer. Hij is geboren en getogen in Barrea en heeft alles beklommen hier. Hij heeft ook de K2 beklommen en een boek geschreven, wat je onmiddelijk te leen krijgt. Hij komt elke dag met nieuwe fietsroutes aanzetten waarvan ik er een aantal fiets. Het is elke dag boven de dertig graden, maar op deze hoogte, 800 m., is dit goed uit te houden. Pasetta zorgt er ook voor dat zijn routes door bossen gaan met veel schaduw.

Na vijf dagen vertrek ik toch, hoe mooi de Abruzzen dan ook zijn. Ik blijf wel in de Apenijnen. Er zijn hier geen campings meer dus moet ik wildkamperen. Het is hier niet zo'n probleem om een geschikte plek te vinden. Eigenlijk sta je beter dan op een camping want ik heb altijd de mooiste uitzichten. Toch ga ik nu richting de Adriatische kust, want het fietsen in de bergen begint zwaar te worden. Eenmaal de bergen uit begint het verschil met het noorden van Italie heel duidelijk te worden. Het is hier droog stoffig en vies. De openbare weg wordt ook als vuilnisbelt gebruikt. Toch groeien er de mooiste bloemen en planten tussen de vuilniszakken door. De camping aan de kust in Bisceglie is daarintegen wel weer leuk. Er is geen echt strand maar rotsen. Het is goed om de zee te zien. Het is vanaf hier een kleine vijftig kilometer naar Bari. Ik heb besloten hier de boot naar Durres in Albanie te nemen in plaats van Brindisi.

Tot in Albanie!